Welcome to Magazine Premium

You can change this text in the options panel in the admin

There are tons of ways to configure Magazine Premium... The possibilities are endless!

Member Login
Lost your password?

Spelen met ruimte in de lokale samenwerking – een inhoudelijk verslag

Geplaatst op 16-12-2016

Op de derde conferentie van Tel mee met taal zijn onder de circa 250 aanwezigen flink wat vaste bezoekers, maar ook veel nieuwe mensen. Dagvoorzitter Hans Christiaanse maakt van de gelegenheid gebruik om de lokale samenwerking op gang te brengen: “U komt uit Heerlen? Zijn hier nog meer mensen uit die regio? Kijk, daar zitten er twee.” Daarop volgen wat cijfers van de opbrengsten van Tel mee met taal tot nu toe. Inmiddels zijn al 17.500 laaggeletterden aan een cursus begonnen en 5700 vrijwilligers geworven. Via BoekStart en Bibliotheek op school zijn 664.500 kinderen bereikt. Verder zijn 200 gemeenten actief bezig met laaggeletterdheid en zijn er 800 regionale samenwerkingspartners.
Laaggeletterdheid aanpakken in de lokale samenwerking is bepaald geen eenvoudige taak. Alle betrokken partijen hebben eigen belangen, een eigen visie en een eigen taal. Om in managementstaal te spreken lijkt het onmogelijk om te bewerkstelligen dat alle neuzen dezelfde kant op staan. Frank Weijers, auteur van het boek ‘Spelen met ruimte’ en afsluitend spreker op de conferentie, betoogt dat dit ook zeker niet nodig is. In zijn ogen zijn verschillen geen obstakels, maar bouwstenen die, mits daarvoor ruimte is, leiden tot verrijking en een inclusief plan waarbij iedere partij zich betrokken voelt. Deze conferentie vol praktijkvoorbeelden van florerende lokale samenwerking lijkt deze laatste zienswijze te omarmen en te bevestigen. Maar dat betekent niet dat samenwerking makkelijk is of altijd vlekkeloos verloopt. Er zijn echter veel aanknopingspunten om de lokale samenwerking op het gebied van laaggeletterdheid weer een stap verder te brengen.

Andere perspectieven
De stuurgroep van Tel mee met taal heeft aan den lijve ondervonden hoe complex samenwerking kan zijn. Tel mee met taal is een gezamenlijk programma van de ministeries Onderwijs Cultuur en Wetenschap (OCW), Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en Volksgezondheid Welzijn en Sport (VWS) en ook hier staan de neuzen niet vanzelfsprekend dezelfde kant op. Zo pakt men vanuit SZW laaggeletterdheid in eerste instantie aan in relatie tot toeleiding naar werk, terwijl OCW er vooral naar kijkt vanuit het perspectief van onderwijs. In de woorden van directeur Afke van Rijn (SZW): “Uiteindelijk is het gemeenschappelijke doel dat laaggeletterden kunnen meedoen; dat ze in staat zijn hun kinderen te begeleiden, boodschappen te doen, een belastingformulier in te vullen en de bijsluiter van een medicijn te begrijpen.” Er is daarom getracht om samen te verkennen hoe de verschillende invalshoeken van de ministeries elkaar kunnen verrijken. Er is gekozen voor een focus op drie G’s: Gezin, Gezondheid en Geld. De samenwerking tussen de ministeries bleek vooral bottom-up goed versterkt te kunnen worden. Medewerkers van de verschillende ministeries gaan met elkaar op stap en bekijken zo laaggeletterdheid steeds vanuit een ander perspectief. Directeur Anita Groeneveld (OCW, directie Media en creatieve industrie): “Mijn medewerkers gaan bijvoorbeeld in gesprek met een jeugdarts over leesbevordering en taalscreening bij consultatiebureaus. Dat is nieuw voor ons, en het leidt bij ons ook tot nieuwe inzichten. Ik geef hen graag die ruimte.” Directeur Inge Vossenaar (OCW, directie MBO): “VWS heeft als onderdeel van onze samenwerking opdrachten verstrekt voor een aantal innovatieve projecten. Eén daarvan is gericht op de verbetering van digitale vaardigheden van volwassenen via mantelzorgers. Zo’n werkwijze verruimt onze blik bij OCW op mogelijkheden.”

Zin in en van samenwerken
Mensen gaan pas samenwerken als ze er zin in hebben en als ze de zin ervan inzien, aldus Frank Weijers. In de workshops wordt deze bewering onderstreept. Het programma van de conferentie zit bomvol goede praktijkvoorbeelden van enthousiaste, betrokken mensen met een helder doel voor ogen. De workshops vinden plaats verspreid door de Woonindustrie. Deelnemers lopen met een plattegrond door de showrooms, waar tussen de designmeubels ineens workshopruimtes opduiken. Op de tafels staan appels, maar ook potten met spekjes, dropjes en in een enkele ruimte zijn zelfs nog pepernoten gesignaleerd. Het toegankelijke karakter van de workshopruimtes (soms is het bijna alsof men aan de keukentafel in gesprek is) maakt de sfeer intiem en open. In één workshop schrijven de deelnemers zelfs op voetballen terwijl de workshopleiders een balletje trappen op de galerij. Spelen met ruimte krijgt hierdoor heel letterlijk betekenis. Kortom, de sfeer is goed. Maar hoe zorg je dat mensen echt zin krijgen in samenwerken?

Vertrouwen en openheid
Wederzijds vertrouwen in elkaar en openheid over wie je bent en wat je wilt is daarbij noodzakelijk. Frank betoogt dat daar moed voor nodig is. Vaak zetten partijen zich klem door vertrouwen en openheid voorwaardelijk te maken aan elkaar: meer openheid leidt tot meer vertrouwen, maar pas als er meer vertrouwen is zullen durven mensen meer open te communiceren. In een workshop over het zorgen voor een duurzame en brede aanpak van laaggeletterdheid in een gemeente concluderen deelnemers inderdaad dat vertrouwen hebben in elkaars expertise en investeren in de onderlinge relatie essentieel is. Ook de balans tussen regie voeren en ruimte laten komt aan de orde. Er wordt geconstateerd dat vaak één persoon binnen een lokaal samenwerkingsverband de motor is van een dergelijke aanpak. Voor de continuïteit zou het goed zijn om ervoor te zorgen dat de verantwoordelijkheid breder gedragen wordt, er zouden bijvoorbeeld ambassadeurs kunnen worden ingezet, maar in de praktijk valt of staat het toch vaak met die ene persoon. Het zou goed zijn om die positie aantrekkelijker te maken en te zorgen voor meer waardering. Een award voor zo’n aanjagende persoon die zorgt voor openheid en vertrouwen is wellicht een idee.

Vind de Harry in uw samenwerkingsverband
Als alle neuzen een andere kant op staan, zien we samen veel meer. Het kan echter ook lastig zijn. Bij het doorvoeren van veranderingen kan weerstand ontstaan. Bij samenwerking is het van belang om dit niet de kop in te drukken, maar om ruimte maken voor dat andere perspectief. Frank noemt dit het zoeken naar de ‘Harry’ in je organisatie of het samenwerkingsverband, gebaseerd op een reactie uit een eerder publiek. Harry staat symbool voor die ene werknemer die steeds net iets anders vindt dan de rest, degene die in managementstaal ‘in de weerstand’ zit. Weerstand is echter niets meer en niets minder dan een ander perspectief, meent Frank. Van verschillen kun je leren en het helpt om maatwerk te leveren: bijvoorbeeld als je als bibliotheek samenwerkt met verschillende (basis)scholen. Het doel is om elkaar niet te standaardiseren, maar de diversiteit te omarmen.

Open staan voor de ander
Het lijkt misschien een open deur, maar het blijkt toch goed om te benadrukken dat het nodig is om open te staan voor andere perspectieven. Dit geldt voor andere perspectieven van samenwerkingspartners, maar ook zeker voor andere perspectieven van de doelgroep. Op basisschool Onze Wereld in de Transvaalbuurt in Den Haag worden ouders actief betrokken bij preventie van laaggeletterdheid bij kinderen. Daar ondervindt men dagelijks dat het niet werkt om ouders iets op te leggen, maar dat het vooral zaak is om hen te verleiden om met hun kinderen aan de slag te gaan en hen vervolgens daarbij te ondersteunen. Dat doe je door contact met ouders te maken, door hen te leren kennen en van daaruit te zoeken naar wat werkt. Gebruik hun referentiekader als uitgangspunt.
Je ziet laaggeletterdheid niet aan de buitenkant. In verschillende workshops komt screenen door hulpverlenende organisaties dan ook ter sprake. Wijkteams zijn vaak gesitueerd in buurthuizen of op andere laagdrempelige locaties en fungeren daar als eerste contactpunt voor mensen met een hulpvraag. Dat kan gaan om financiële problemen, een verzoek om hulp in de huishouding, maar ook om een hulpvraag rondom huiselijk geweld. Sommige cliënten zijn erg goed in het verbloemen van hun laaggeletterdheid, met name als ze geboren en getogen zijn in Nederland, waardoor het probleem pas laat (of helemaal niet) wordt gesignaleerd. Training van medewerkers van wijkteams, maar bijvoorbeeld ook schuldhulpverleners en medewerkers van het UWV in het herkennen van laaggeletterdheid is dan ook cruciaal.
Verschillende screenende instanties merken echter op dat een gegeven advies om een traject voor basisvaardigheden te volgen niet altijd wordt opgevolgd. Een warme overdracht zou daarbij kunnen helpen. Verder wordt in de workshops geconcludeerd dat de kans van slagen grotendeels wordt bepaald door de inhoud van het aanbod en in hoeverre dat aansluit bij de leefwereld van de cliënt: voor iemand die tot over zijn oren in de schulden zit, is taalscholing niet direct een prioriteit. Er zijn echter wel aanknopingspunten voor scholing te vinden, bijvoorbeeld door aan te sluiten bij grote levensgebeurtenissen zoals een scheiding of baanverlies.

De kunst van het verleiden
Frank betoogt dat je mensen moet verleiden om samen te werken in plaats van hen te proberen te dwingen. In de context van laaggeletterdheid kunnen mensen kunnen soms heel letterlijk verleid worden. In een kleine gemeente bleek een frisse, kleurige bibliotheekruimte in een basisschool met mooie nieuwe boeken en wisselende collecties veel aantrekkelijker voor kinderen en hun ouders dan de oude bibliotheek op een minder laagdrempelige locatie die maar drie dagen per week open was. Ook helpt het om als bibliotheek, indien mogelijk, je materiaal mooi uit te stallen in etalages. In Groningen is het gelukt om jongeren via sport te verleiden tot lezen. Het praktijkvoorbeeld ‘Scoor een boek’ is een initiatief waarin voetbalclubs zich inzetten voor leesbevordering op scholen. Via filmpjes moedigen voetballers de jongeren aan om boeken te gaan lezen, in de klas worden de gelezen boeken vervolgens besproken. Daarnaast wordt bij lokale sportclubs een uitleenkast in de kantine gezet en plaatst de club het boek van de maand op hun website. In zo’n uitleenkast kun je naast boeken voor jongeren ook aanbod voor ouders neerzetten, die zijn immers ook aanwezig in de kantine.
Soms helpt alleen het verkleinen van een fysieke afstand al om mensen te verleiden. Er zijn in de workshops verschillende voorbeelden genoemd van samenwerking tussen basisscholen en bibliotheken, bijvoorbeeld door BoekStartBibliotheekjes op basisscholen te openen. Net als de uitleenkasten in de sportkantine brengen boekenkasten op school het aantal uitleningen van de bibliotheek omhoog. Hetzelfde geldt voor het actief opzoeken van laaggeletterden door BoekStartCoaches, bijvoorbeeld bij de kringloop, de voedselbank of op de markt.
Ook werkgevers moeten verleid worden om aan de slag te gaan met laaggeletterdheid. Als het lukt om heel helder te laten zien waar de pijn binnen het bedrijf zit, bijvoorbeeld als medewerkers de veiligheidsvoorschriften niet kunnen lezen, is het makkelijker om inzet van werkgevers te organiseren.

Eerst de relatie, dan de taak
Mensen zijn altijd bezig met het vinden van de balans tussen zichzelf zijn en meedoen met de groep, zo begint Frank zijn verhaal in de middag. Ook op de conferentie is dit het geval. Pas als hij zelf opbiecht dat hij soms liever alleen werkt dan samen, op deze dag bijna vloeken in de kerk, durven meer mensen dit te beamen. “Als ik alleen werk gaat het vaak zoveel sneller,” zegt een mevrouw. Op de korte termijn is dat natuurlijk waar. Uit zowel het verhaal van de stuurgroep in de ochtend als uit de meeste workshops blijkt dat samenwerken, zeker als je samenwerkt met mensen (of organisaties) met een ander perspectief, veel geduld vergt. Dezelfde taal leren spreken kost tijd, maar is noodzakelijk om tot een substantiële aanpak te komen.
De eerste stap is met elkaar in contact komen. Volgens Frank is een belangrijke stap binnen samenwerkingsverbanden om helder te krijgen wat de bedoeling is, en dat vervolgens te leggen naast wat er daadwerkelijk gebeurt. Visueel gezien kun je dat noteren in twee half overlappende cirkels. Als samenwerkende organisaties dit invullen wordt in het middelste (overlappende) deel genoteerd wat er gebeurt en ook de bedoeling is. Helemaal links wordt genoteerd wat wel de bedoeling is maar niet gebeurt, rechts wat wel gebeurt maar eigenlijk niet de bedoeling is. Vervolgens is direct helder wat goed gaat en wat er moet veranderen om de samenwerking te verbeteren.
Mensen komen in beweging als ze er zin in hebben én ze er de zin van inzien. Dat geldt ook in samenwerkingsrelaties. Dat betekent dat samenwerking meerwaarde biedt als we een bedoeling delen en als we elkaar nodig hebben om die gedeelde bedoeling waar te maken. Juist daarom is het verwelkomen en omarmen van diversiteit zo belangrijk, aldus Frank Weijers. Daarmee een kan een rijkdom aan verschillende perspectieven worden benut. De energie om dat in de (soms weerbarstige en complexe) praktijk van alledag vorm te gaan geven in allerlei soorten samenwerking, op verschillende niveaus en tussen verschillende domeinen, was tijdens de conferentie zeer voelbaar. Laten we elkaar het doorzettingsvermogen toewensen om dat ook met veel plezier werkelijk te gaan doen, zodat we samen echt het verschil kunnen maken.

Latest Tweets

    Twitter

    Partners