Welcome to Magazine Premium

You can change this text in the options panel in the admin

There are tons of ways to configure Magazine Premium... The possibilities are endless!

Member Login
Lost your password?

Inkoop, financiering, afbouwregeling en verantwoording

Terug naar overzicht

Inkoop, financiering, afbouwregeling en verantwoording

Hoe mag het budget van de afbouwregeling van mijn regio worden ingezet?

Het percentage van de afbouwregeling (voor 2015 75%) is van toepassing op de uitkering die een contactgemeente ontvangt voor educatie. Dus wanneer een contactgemeente in 2015 een uitkering educatie ontvangt van € 1 mln, valt een bedrag van € 750.000 onder de afbouwregeling.

Dit bedrag dat onder de afbouwregeling valt, dient door de regio te worden besteed bij één of meerdere roc’s. Dit zal doorgaans het roc (of in sommige gevallen de roc’s) zijn waar de gemeenten in de regio in 2014 al zaken mee deed, maar dat hoeft niet. De regio mag het budget van de afbouwregeling ook bij een ander roc besteden (de keuze voor een roc blijft vrij, zoals dit nu ook is). Dit houdt in dat de keus voor een roc niet per se beperkt is tot een roc binnen de eigen regio. Ook bij een roc dat gevestigd is buiten de eigen regio  mag het budget van de afbouwregeling worden besteed.

Daarnaast is het aan de regio welk deel van het budget van de afbouwregeling bij welk roc wordt ingezet.  Van bovengenoemde € 750.000 zou een regio dus kunnen besluiten om bijv. € 500.000 bij ROC X in te zetten en € 250.000 bij ROC Y, ongeacht hoe het budget in 2014 door de gemeenten werd ingezet. De regio kan dus vrijelijk besluiten welk deel van het budget van de afbouwregeling bij welk roc wordt besteed. De regio hoeft daarbij geen rekening te houden met hoe het budget in voorgaande jaren werd besteed bij de verschillende roc’s. Er wordt wel verwacht dat afspraken in redelijkheid worden gemaakt en dat er onderling wordt afgestemd als er grote veranderingen optreden (zoals het niet meer aanbieden van educatie opleidingen door een roc of het in zijn geheel niet meer inkopen bij een bepaald roc). Kortom partijen hebben alle ruimte, maar kunnen daardoor wel minder afdwingen.

Mag er worden afgeweken van het wettelijk afbouwpercentage?

Uitgangspunt is dat elke regio het wettelijk afbouwpercentage (voor 2015 75% van het totale budget van de regio) besteedt bij 1 of meerdere roc’s en daarin vrij is qua keuze voor 1 of meer roc’s en verdeling van het bedrag. Zie voor meer informatie hierover het antwoord op de vraag ‘Hoe mag het budget van de afbouwregeling van mijn regio worden ingezet?’.

Minder dan het wettelijk vastgestelde afbouwpercentage besteden bij roc’s (zodat de rest bij andere aanbieders kan worden besteed middels aanbesteding of subsidiëring) kan alleen indien de contactgemeente daarover overeenstemming heeft bereikt met het roc waarmee de gemeenten in de betreffende regio een overeenkomst uitkering educatie hebben gesloten voor het kalenderjaar 2014.

In het derde lid van de afbouwbepaling (artikel IV van de Wet van 9 juli 2014 (Stb. 2014, 288)) is bepaald dat indien de gemeenten in de betreffende regio met twee of meer roc’s een overeenkomst uitkering educatie hebben gesloten voor het kalenderjaar 2014 het tweede lid (met overeenstemming afwijken van het wettelijk percentage) voor elk van die roc’s toegepast dient te worden naar rato van de educatiebedragen, die voor dat jaar aan de betreffende instelling zijn betaald. Met andere woorden: in de wettekst is het naar beneden afwijken van de 75% alleen mogelijk gemaakt als per roc, waarbij in 2014 opleidingen zijn ingekocht, voor wat betreft het naar rato gedeelte van de uitkering overeenstemming is bereikt over een lager percentage.

Voorbeeld: In 2014 werden door de gemeenten in de regio opleidingen ingekocht bij ROC X (€ 750.000) en ROC Y (€ 250.000). In 2015 ontvangt de regio een uitkering van € 1,5 mln. Daarvan moet in 2015 75% (=€ 1.125.000) bij één of meerdere roc’s worden ingezet. Indien de regio van het wettelijke percentage wil afwijken dan moet de regio met ROC X overeenstemming bereiken dat een lager bedrag dan € 843.750 (3/4 van € 1.125.000) wordt besteed bij dat roc. Met ROC Y dient overeenstemming bereikt te worden dat een lager bedrag dan € 281.250 (1/4 van € 1.125.000) besteedt wordt bij dat roc.

Het inzetten van de volledige 75% van de regio binnen de afbouwregeling kan daarentegen dus bij elk roc zonder toestemming van het roc/de roc’s waarmee in 2014 zaken werd gedaan.

Mag de inzet van een onderwijsassistent in een WEB traject ook uit het WEB budget betaald worden?

Onderwijsondersteunende werkzaamheden op het gebied van educatie mogen onder verantwoordelijkheid van een docent worden uitgevoerd door onderwijsassistenten, instructeurs etc. Deze werkzaamheden maken deel uit van het educatietraject en mogen dus doorberekend worden in de prijs van een traject dat uit het educatiebudget wordt betaald.

Hoe mag het budget dat buiten de afbouwregeling valt worden besteed?

Voor het percentage (voor 2015 25%) van het regiobudget dat buiten de afbouwregeling valt, geldt dat dit budget ingezet kan worden bij alle aanbieders van de opleidingen zoals vastgesteld. Dit kunnen roc’s, private aanbieders of andere aanbieders zijn. Het staat de regio vrij – binnen de gestelde wettelijke kaders voor aanbesteding dan wel subsidiëring – zelf te bepalen bij welke en bij hoeveel aanbieders (formeel/non-formeel, roc of anderszins) opleidingen educatie worden afgenomen. Deze aanbieders hoeven niet in de regio gevestigd te zijn, bijvoorbeeld in het geval waarin deze aanbieders op locatie lesgeven of wanneer een aanbieder buiten de eigen regio voor inwoners van enkele gemeenten in uw regio toch makkelijk bereikbaar is.

Mogen WEB-gelden voor entree-opleidingen worden ingezet?

Nee, educatietrajecten en entree-opleidingen zijn verschillende opleidingen. De bekostiging voor educatie loopt via de gemeente . De bekostiging taal en rekenen voor entreeopleidingen(MBO) is voorzien en loopt via het Rijk. De verschillende opleidingen zouden eventueel wel tegelijkertijd gevolgd kunnen worden. Daarbij moeten de richtlijnen uit de notitie Helderheid voor gecombineerde trajecten educatie-beroepsonderwijs in acht worden genomen.

Hoe moeten we omgaan met de 3% die bij het educatiebudget is opgeteld t.b.v. een bijdrage in de kosten voor werkloosheidsuitkeringen en suppleties (passage in de inleiding van het document budgetverdeling 2015)?

De passage luidt als volgt:

De bijdrage voor de kosten voor werkloosheidsuitkeringen en suppleties inzake arbeidsongeschiktheid werd de afgelopen jaren rechtstreeks door OCW aan de roc’s, die educatie verzorgden, betaald. Met de invoering van de specifieke uitkering zijn deze
middelen vanaf 2015 toegevoegd aan het educatiebudget dat aan de contactgemeenten beschikbaar wordt gesteld. Het gaat om een bedrag van € 1.700.000 (3% van het educatiebudget). Deze middelen zijn bestemd om aanbieders waarbij educatie ingekocht wordt een bijdrage te geven voor de kosten voor werkloosheidsuitkeringen en suppleties inzake arbeidsongeschiktheid.

Er wordt hier gesproken over een bijdrage voor de kosten als gevolg van ziekte, arbeidsongeschiktheid of werkloosheid van personeel of voormalig personeel. Roc’s ontvingen tot en met 2014 een bijdrage voor deze kosten. De bijdrage was gebaseerd op het budget dat zij ontvangen voor het beroepsonderwijs, het vavo en het budget educatie dat zij via een of meerdere gemeenten ontvingen.

Omdat voor de educatie per 2015 marktwerking wordt ingevoerd en dus niet meer alle middelen voor educatie bij roc’s ingezet hoeven te worden, is ervoor gekozen het educatiedeel van de middelen voor de bijdrage aan deze uitkeringskosten rechtstreeks via de gemeenten te laten lopen. Dit komt neer op het genoemde bedrag van €1.700.000 (3% van het educatiebudget), dat nu is toegevoegd aan het totale educatiebudget.

Roc’s zijn nu zelf verantwoordelijk om deze kosten op redelijke wijze mee te nemen in de kostprijs die zij berekenen voor het verzorgen van educatie. Andere aanbieders en roc’s in de contractpoot zullen over het algemeen een premie afdragen voor de verzekering van de uitkeringen als gevolg van ziekte, arbeidsongeschiktheid of werkloosheid. Ook deze premie zal een onderdeel vormen van de kosten die aan de contactgemeente geoffreerd worden om educatie te verzorgen. Door de toevoeging van genoemde middelen aan het educatiebudget beschikken gemeenten over middelen hiervoor.

Kunnen prestatieafspraken over de te realiseren referentieniveaus per traject ook onderdeel zijn van een raamovereenkomst?

De gemeente is inderdaad verplicht op basis van contacturen in te kopen bij het ROC, en dit dient ook in het contract opgenomen te zijn. Deze ingekochte contacturen vormen de basis voor de toekenning van het budget in 2015. De gemeente mag met het ROC afspraken maken over de wijze waarop zij gerapporteerd willen krijgen over de cursisten en de prestaties van de cursisten. Dit kan tussen ROC en gemeente onderwerp van gesprek zijn en de afspraken hierover kunnen gewoon in onderling overleg worden vastgelegd. Bijvoorbeeld: Bij het ROC is expertise aanwezig om aan het begin van de cursus een gefundeerde inschatting te maken over de mogelijkheden van een cursist om binnen een bepaalde termijn bij een zekere lesfrequentie etc vooruitgang te boeken, en uiteraard kan de gemeente op gegeven moment aangeven of zij voortzetting van een traject voor een bepaalde cursist nog wil blijven bekostigen op basis van de rapportage vanuit het ROC. Dit alles vanuit het belang van de deelnemers en betrokkenen (elkaar niet onnodig belasten, afspraken moeten functioneel zijn etc).

 

Een regio wil in 2015 nog 100% van het educatiebudget besteden bij het roc. 75% van het budget valt onder de afbouwregeling en dient besteed te worden bij een roc. Dit deel hoeft dus niet aanbesteed te worden. Mag de gemeente concluderen dat dit eveneens geldt voor de overige 25%, omdat in de wet is opgenomen dat gemeenten van de opgenomen regeling mogen afwijken?

Met het in het wetsvoorstel opgenomen overgangssysteem (om in 3 jaar ‘afbouwend’ tot volledige aanbesteding te komen) is het niet de bedoeling van de wetgever geweest om die aanbesteding nog drie jaar voor 100% buiten de deur te houden. Het deel van het educatiebudget dat niet onder de wettelijke afbouwregeling valt (resp. 25%, 50% en 75% van het budget) dient dan ook door de contactgemeenten volgens de geldende aanbestedingsregels weggezet te worden indien educatie-opleidingen worden ingekocht. Een andere mogelijkheid is om dit deel van het budget via subsidiering weg te zetten. Hiervoor hanteert de contactgemeente dan de daarvoor geldende regels. De afweging van de keuze voor aanbesteding of subsidie ligt bij de contactgemeente/regio zelf.

Mogen educatiegelden voor entreeopleidingen worden ingezet?

Nee, opleidingen educatie en entreeopleidingen zijn verschillende type opleidingen. Een opleiding educatie is gericht op het verbeteren van de taal- en/of rekenvaardigheid van een deelnemer en de bekostiging daarvan loopt via de contactgemeente. De entreeopleiding (waarvan Nederlandse taal en rekenen deel uit maakt) is een beroepsopleiding die gericht is op het behalen van vaardigheden voor een beginnend beroepsbeoefenaar. De bekostiging voor deze opleiding loopt via het Rijk.

Mag een contactgemeente/regio ervoor kiezen losse intakes of toetsen in te kopen (dus niet als onderdeel van een opleidingstraject?

De contactgemeente draagt zorg voor een aanbod van opleidingen educatie. Onderdeel hiervan kan zijn het bepalen van het begin- en eindniveau van deelnemers. Toetsing die volledig losstaat van een opleidingstraject is niet toegestaan.

Mag de werving en/of training van vrijwilligers uit educatiemiddelen betaald worden?

Ten behoeve van de taak te zorgen voor een aanbod van opleidingen educatie wordt een uitkering verstrekt aan de contactgemeente. De kosten voor dit aanbod aan opleidingen mogen gefinancierd worden uit deze uitkering. Het is in dat kader denkbaar dat voor het geven van educatieonderwijs (bij)scholing van vrijwilligers op beperkte schaal nodig is. In dat geval mogen de kosten, net zoals dat kosten voor (bij)scholing van docenten onderdeel uit kunnen maken van de opleidingskosten (overhead), gefinancierd worden met de uitkering educatie.

Binnen de regio wordt in overleg bepaald wat het aanbod van educatieopleiding zal zijn. Voorts worden in principe door de contactgemeente afspraken gemaakt met aanbieders. Dit kunnen roc’s of private aanbieders zijn, maar het is ook mogelijk dat andere organisaties zoals buurthuizen of bibliotheken een aanbod gaan verzorgen. Alvorens de contactgemeente afspraken met dergelijke organisaties maakt, zal deze organisatie, die veelal draait op vrijwilligers, reeds moeten beschikken over de benodigde vrijwilligers. Het ligt daarom niet in de rede dat deze vrijwilligers (op grote schaal) nog geworven dienen te worden.

Mag het werven van deelnemers uit educatiebudget betaald worden?

Nee, werving van deelnemers valt niet onder het aanbod educatieopleidingen. De gemeenten binnen een regio dienen reeds voorafgaand aan het aanbod een beeld te hebben van de behoefte binnen hun gemeenten. Het aanbod dient aan te sluiten op deze behoefte binnen de regio. Om zoveel mogelijk mensen te kunnen bedienen is het zaak dat het educatiebudget met name aan het primaire proces wordt besteed, te weten het onderwijs en waar nodig de examinering.

Mogen de extra administratieve lasten waarvoor contactgemeenten zich geplaatst zien worden bekostigd uit educatiebudget?

Nee. De educatie-uitkering aan de contactgemeente is bedoeld voor het regionale aanbod opleidingen educatie. De uitvoeringskosten kunnen hier niet uit worden gefinancierd.

Hoe zit het met aansprakelijkheid als in een regio het educatiebudget niet rechtmatig of niet volledig besteed wordt?

De contactgemeente legt verantwoording af aan de Minister over de uitvoering van de educatie, op de wijze, bedoeld in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.

Indien uit de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet, blijkt dat de uitkering educatie niet volledig of onrechtmatig is besteed, wordt de uitkering ter hoogte van het niet of onrechtmatig bestede deel teruggevorderd. Binnen een jaar na ontvangst van de verantwoordingsinformatie wordt mededeling van de terugvordering gedaan aan de contactgemeente.

Hoeft alleen de contactgemeente te rapporteren via SiSa? Wat vullen de andere gemeenten in?

De contactgemeente ontvangt de uitkering voor de regio en dient daarover verantwoording in te dienen via SiSa. De overige gemeenten hoeven niets aan te leveren via SiSa. Dit laatste wordt nog afgestemd met BZK.

Hoe zit het met BTW? Welke aanbieders zijn BTW plichtig en welke niet?

De btw-vrijstelling geldt voor wettelijk onderwijs door daartoe aangewezen instellingen. Indien gemeenten educatieopleidingen laten verzorgen door een aanbieder zonder diploma-erkenning, dan kan de btw-vrijstelling dus niet van toepassing zijn. Indien een opleiding wordt aangeboden door een aanbieder die beschikt over diploma-erkenning voor die opleiding dan is de vrijstelling wel van kracht. Bezien wordt nog of de btw-afdracht voor het zogenoemde non-formeel aanbod via het BTW-Compensatiefonds voor vergoeding in aanmerking komt.

Mogen naast de inzet voor Nederlandse taal en rekenen eventuele resterende educatiemiddelen worden ingezet voor bijvoorbeeld cursussen Engels , ‘Budgetteren met een kleine beurs’ of computergebruik?

Nee, resterende educatiemiddelen mogen niet worden ingezet voor andere trajecten dan (delen van) opleidingen educatie (Nederlandse taal en rekenen). Het leren omgaan met een computer of andere digitale hulpmiddelen vindt alleen plaats als onderdeel van een opleiding Nederlandse taal en rekenen. Het is denkbaar dat budgetteren met een kleine beurs wordt opgenomen in een breder traject of opleiding rekenen. Er moet in ieder geval voldaan worden aan de eindtermen voor rekenen.

Is het toegestaan B2 trajecten NT2 te bekostigen uit educatiemiddelen? B2 is namelijk 3F en overstijgt daarmee het ingangsniveau beroepsonderwijs (2F).

De opleidingen als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid van de WEB komen voor bekostiging vanuit het educatiebudget in aanmerking. Voor de opleidingen onder c (gericht op staatsexamens NT2 I en II) gelden de niveaus B1 en B2, noodzakelijk voor toelating tot mbo en hbo.

Wat als het roc waarmee we tot nu toe zaken deden echt geen opleidingen educatie meer wil/kan aanbieden? Hoe zit het dan met de afbouwregeling en met de wettelijke taak?

Met de wet van 9 juli 2014 (Stb. 2014, 288) komt de verplichte besteding van educatiemiddelen bij regionale opleidingencentra te vervallen en wordt de bestedingsvrijheid van de (contact)gemeenten vergroot. Dit houdt in dat de wettelijke taak voor roc’s met ingang van 1 januari 2015 komt te vervallen. Het is echter de bedoeling dat contactgemeenten en roc’s naar aanleiding van deze wet samen afspraken maken over een aflopende bestedingsverplichting bij gemeenten. De verantwoordelijkheid ligt bij contactgemeenten om educatie vorm te geven op een wijze die aansluit bij de regionale en lokale behoeften van de doelgroep. De verwachting is dat contactgemeenten, gezien het aantal laaggeletterden in Nederland, een gedeelte van de educatiemiddelen willen blijven besteden aan opleidingen educatie, verzorgd door roc’s (uiteindelijk als private aanbieder). Hierover hebben de MBO Raad en de VNG in aanloop naar de wet bestuurlijk overleg gehad. Zij zijn overeengekomen dat de educatie-activiteiten bij roc’s op een verantwoorde wijze worden afgebouwd. Deze afbouw is opgenomen in artikel IV van voornoemde Wet (Overgangsrecht voor de jaren 2015-2017) en houdt in dat gefaseerd het budget dat bij roc’s moet worden besteed afneemt.

Indien gebruik wordt gemaakt van deze gefaseerde afbouw zijn nog enkele artikelen uit de Wet educatie en beroepsonderwijs van toepassing (waaronder het artikel over de wettelijke taak voor educatie) geldig zoals deze luidden vóór 1 januari 2015. Het afbouwartikel geeft echter ook de mogelijkheid dat een roc (waarmee één van de gemeenten binnen de regio een overeenkomst uitkering educatie voor 2014 hebben gesloten) en de contactgemeente van die regio overeenkomen dat wordt afgeweken van het afbouwpercentage dat bij een roc moet worden besteed. Het afbouwartikel laat ruimte voor regio’s om vrij te kiezen bij welk roc zij het minimumpercentage van de uitkering besteden. Een regio is echter, in het theoretische geval waarin geen van de roc’s waarmee gemeenten uit regio x overeenkomsten hadden in 2014 door wil gaan met educatie, niet verplicht met een ander roc het minimum% af te spreken.

Gelet op bovengenoemd transitieproces is het uitermate belangrijk dat roc(‘s) en de contactgemeente(n) overleg (blijven) voeren over de te nemen stappen.

NB Een contactgemeente is niet gehouden (alleen) afspraken te maken met het ROC waar zij in 2014 opleidingen educatie heeft ingekocht. Een contactgemeente kan ook afspraken maken met ROC’s elders in het land of met meerdere ROC’s. Dit geldt te meer als binnen de regio nu al door de verschillende gemeenten bij afzonderlijke ROC’s opleidingen educatie wordt ingekocht. Enkel wanneer de contactgemeente een lager percentage dan de vastgestelde afbouwpercentage wil besteden bij een ROC dient de contactgemeente dat overeen te komen met het ROC (of ROC’s) waarmee een of meerdere gemeenten in de betreffende regio een overeenkomst educatie hebben gesloten in 2014.

Twee van de gemeenten in onze regio deden altijd zaken met een roc dat nu in een andere regio valt. Kunnen we daar toch afspraken mee blijven maken?

Los van de afbouwregeling staat het regio’s/contactgemeenten vrij zaken te doen met roc’s en andere aanbieders in of buiten de eigen regio. Een contactgemeente is niet gehouden (alleen) afspraken te maken met het ROC waar zij in 2014 opleidingen educatie heeft ingekocht. Een contactgemeente kan ook afspraken maken met ROC’s elders in het land of met meerdere ROC’s. Dit geldt te meer als binnen de regio nu al door de verschillende gemeenten bij afzonderlijke ROC’s opleidingen educatie wordt ingekocht. Enkel wanneer de contactgemeente een lager percentage dan de vastgestelde afbouwpercentage wil besteden bij een ROC dient de contactgemeente dat overeen te komen met het ROC (of ROC’s) waarmee een of meerdere gemeenten in de betreffende regio een overeenkomst educatie hebben gesloten in 2014.

Wat als gemeenten diensten samenvoegen: bijvoorbeeld 4 gemeenten en 3 horen bij de ene regio en de andere bij een andere regio?

In de wet van 9 juli 2014 is bepaald dat voor de vervulling van hun taak met betrekking tot educatie de colleges van burgemeester en wethouders samenwerken binnen bij ministeriële regeling vastgestelde regio’s. Voor elke regio wordt voorts bij ministeriële regeling een contactgemeente aangewezen die coördinerende taken verricht en de uitkering educatie voor die regio ontvangt. De contactgemeente is ook het aanspreekpunt voor het Rijk voor de educatietaken binnen de regio en is verantwoordelijk voor de besteding van de gelden. De gemeenten binnen een regio dienen onder regie van de contactgemeente gezamenlijk het overleg te voeren over het aanbod educatie en te bezien wat de mogelijkheden zijn. Om voornoemde redenen is het dus niet voor gemeenten mogelijk om een eigen samenwerkingsverband te vormen.

Hoe kunnen gemeenten samenwerken op ESF in relatie tot educatiebudgetten?

Vanuit het Steunpunt ve en het Ministerie van OCW kan hierop geen antwoord worden gegeven. Voor de ESF regels kan contact worden opgenomen met het agentschap ESF. De uitkering educatie dient besteed te worden aan educatie-opleidingen (gebaseerd op de eindtermen volwasseneneducatie). Het is echter aan contactgemeenten om te besluiten of ook andere middelen (andere gemeentelijke gelden) aan educatie besteed worden of om vanuit verschillende middelen te voorzien in gecombineerde opleidingen.

Waar en door wie wordt vanaf nu het budget bekend gemaakt voor de contactgemeenten?

Met Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) is afgesproken dat op korte termijn (nadat de samenwerkingsregio’s met bijbehorende contactgemeente bij ministeriële regeling zijn vastgesteld) het educatiebudget 2015 op grond van artikel IIIA van de Wet van 9 juli 2014 (Stb. 2014, 288) wordt verdeeld. Deze verdeling zal vervolgens zo spoedig mogelijk via dewebsite van DUO en van het Steunpunt ve raadpleegbaar zijn. De verwachting is dat deze publicatie begin oktober plaats kan vinden. Voorts zullen de contactgemeenten de hen toekomende uitkering voor het jaar 2015 ook per brief ontvangen. Bij deze brief zal tevens een bijlage opgenomen worden waarin de contactgemeente de wijze waarop het budget binnen de regio is opgebouwd kan terugvinden (gegevens per gemeente). Voor volgende jaren zal eveneens gelden dat DUO de uitkeringen educatie zal berekenen en deze per brief bekend zal maken aan de contactgemeenten.

Terug naar overzicht

Latest Tweets

    Twitter

    Partners