Welcome to Magazine Premium

You can change this text in the options panel in the admin

There are tons of ways to configure Magazine Premium... The possibilities are endless!

Member Login
Lost your password?

Laagtaalvaardige ouders

Terug naar overzicht

Laagtaalvaardige ouders

Wie mogen er cofinancieren? Moet dit in de vorm van uren of van geld?

Wanneer subsidie wordt aangevraagd voor trajecten of overige activiteiten voor laagtaalvaardige ouders, moet de aanvrager minimaal 20% van de subsidiabele kosten betrekken uit andere middelen dan de aangevraagde subsidie. Bij aanvragen voor werknemerstrajecten of vanuit samenwerkingsverbanden geldt een cofinancieringpercentage van 33%. Deze andere middelen mogen afkomstig zijn van derden, de aanvrager zelf, of van de partners uit het samenwerkingsverband. Het mag hierbij gaan om zowel uren als geld.
WEB-middelen en andere middelen van het programma Tel mee met Taal kunnen niet worden meegenomen als cofinanciering.

Kan een samenwerkingsverband dat in 2017 subsidie heeft gekregen voor Taalakkoord-activiteiten die doorlopen in 2018, in 2018 ook een aanvraag doen onder het onderdeel laagtaalvaardige ouders?

Ja dat kan; 2018 betreft een nieuwe aanvraagperiode. Een aanvrager van subsidie voor activiteiten gericht op laagtaalvaardige ouders kan ook subsidie aanvragen voor een andere activiteit die met deze subsidieregeling wordt ondersteund, bijvoorbeeld taaltrajecten voor laagtaalvaardige werknemers of activiteiten van samenwerkingsverbanden. Er kan geen subsidie aangevraagd worden voor dezelfde activiteiten of voor lopende activiteiten. In de aanvraag moet de aanvrager uitsluiten dat er sprake kan zijn van dubbelfinanciering van activiteiten

Kan ik bij meerdere subsidieaanvragen betrokken zijn?

Ja, je kunt als partij bij verschillende en deels overlappende samenwerkingsverbanden betrokken zijn. Wees dan wel alert op de wijze waarop het penvoerderschap is ingericht. Als je als partij onderdeel bent van een samenwerkingsverband dat als rechtspersoon een subsidieaanvraag indient, dan kun je zelf als partij niet meer als penvoeder (van een samenwerkingsverband) fungeren. Evenmin kan een ander samenwerkingverband dat als rechtspersoon fungeert een aanvraag indienen als jij onderdeel bent van dat samenwerkingsverband. Het is in dat geval raadzaam om het penvoerderschap anders in te richten.

Kan een aanvrager subsidie aanvragen voor zowel een samenwerkingsverband met een Taalakkoord als voor activiteiten voor laagtaalvaardige ouders?

Ja, een aanvrager van subsidie voor activiteiten gericht op laagtaalvaardige ouders kan ook subsidie aanvragen voor activiteiten voor werkgevers of activiteiten van samenwerkingsverbanden met een taalakkoord. Uiteraard kan er geen subsidie aangevraagd worden voor dezelfde activiteiten.
Een aanvrager kan meerdere aanvragen per subsidiestroom indienen. Echter, binnen een subsidiestroom zal slechts een aanvraag gehonoreerd worden. De volgorde van binnenkomst is hierin bepalend.

Wanneer wordt de subsidie vastgesteld?

De subsidie wordt uiterlijk 22 weken na afloop van het project vastgesteld.
In de beschikking wordt toegelicht op welke wijze de ontvanger van de subsidie moet aantonen dat de activiteiten zijn verricht.

De subsidie wordt vastgesteld op een bedrag tot ten hoogste het in de verlening opgnomen beschikkingsbedrag.

Hoe ga ik om met wijzigingen in het project, bijvoorbeeld in de looptijd, aantal deelnemers of de kosten?

Een wijziging moet altijd gemeld worden bij DUS-I. Het kan bijvoorbeeld gaan om een inhoudelijke wijziging maar ook om een wijzing in de uitvoer (bijvoorbeeld een andere opleider). Ook kan het een wijziging in het samenwerkingsverband betreffen (bijvoorbeeld nieuwe partners of partners die ermee stoppen). Ook kunnen de deelnemersaantallen of de looptijd van het traject wijzigen.
Een wijziging kan nooit resulteren in een positieve bijstelling van het subsidiebedrag . Dat wil zeggen: u kunt niet meer subsidie krijgen dan bij toekenning is verleend.
U kunt een mail met de (gewenste) wijziging naar ocwsubsidies@minocw.nl sturen. Vermeld daarbij altijd uw projectnummer.

Looptijd van de activiteiten is tot juni 2019 voor de aanvraagperiode 1-1-2018 tot 30-6-2018 en tot 15 oktober 2019 voor de aanvraagperiode 1-8-2018 t/m 15-10-2018. Is er verlenging mogelijk?

Dit is niet vanzelfsprekend. Een verlengingsverzoek moet door de penvoerder worden ingediend bij DUS-I. Dit kan met een mail naar ocwsubsidies@minvws.nl, waarin wordt uitgelegd waarom de verlenging noodzakelijk is en wat de gevolgen zijn, dan wel de meerwaarde ervan is. De minister beslist hierover. Daarbij is de maximale duur van een traject 12 maanden.

Wat is een gevalideerd toetsinstrument?

Het belangrijkste doel van het toetsinstrument is verifiëren of de werknemer of laagtaalvaardige ouders waarvoor een taaltraject bedoelt is, inderdaad laagtaalvaardig is. Dat wil zeggen dat de taalvaardigheid beheerst wordt op het referentieniveau 2F of lager. De ontwikkelaar of eigenaar van een toetsinstrument kan aan de afnemer aantonen of het instrument gevalideerd is.

Als iemand de Taalmeter 2F heeft behaald is er een indicatie dat die persoon niveau 2F beheerst voor wat betreft lezen en schrijven. Aangezien de Taalmeter tot 2F toetst zou het echter ook kunnen dat deze persoon 3F beheerst en dus niet onder de regeling valt. Moet ik iemand die de Taalmeter 2F heeft behaald verder laten toetsen?

Niet in alle gevallen is de uitslag van de Taalmeter bruikbaar voor de bepaling of een werknemer kan deelnemen een taaltraject in het kader van deze subsidieregeling. De regeling stelt dat het maximale taalniveau van de deelnemer 2F mag zijn. Van de deelnemers die op de Taalmeter 2F onvoldoende scoren is duidelijk dat deze kunnen deelnemen. Van de deelnemers die voldoende scoren op de Taalmeter 2F is echter niet duidelijk of hun niveau 2F is of misschien hoger. Het is dan de verantwoordelijkheid van de aanvrager om een aanvullende niveaubepaling af te nemen waaruit blijkt dat iemand daadwerkelijk op taalniveau 2F zit en niet bijvoorbeeld op 3F.

Wat is ‘actueel’ in vaststelling taalniveau start traject?

Een niveaumeting is actueel als deze gemeten is drie maanden of korter voorafgaand aan de datum van de eerste indiening van de subsidieaanvraag of tussen de datum van de eerste indiening van de subsidieaanvraag en de datum van de start van het opleidingstraject.

Mag een penvoerder namens het samenwerkingsverband personeelskosten opvoeren?

Ja, dat mag. Het percentage personeelskosten dat een samenwerkingsverband op mag voeren is echter begrensd. Bij een subsidie voor activiteiten van samenwerkingsverbanden zijn de directe kosten voor de uitvoering van het project subsidiabel, waarbij de personeelskosten van de aanvrager ten hoogste 40% van de totale subsidiabele kosten bedragen. Het gaat bij personeelskosten altijd om de bruto loonkosten voor het personeel van de aanvrager dat werkzaamheden verricht ten behoeve van subsidiabele activiteiten;

Wat is de definitie van de termen aanvrager, penvoerder, rechtspersoon, samenwerkingsverband?

Aanvrager: diegene die de subsidieaanvraag indient. Dit kan bijvoorbeeld een bedrijf zijn. Bij een samenwerkingsverband is de aanvrager tevens penvoerder.

Penvoerder subsidiestroom activiteiten in verband met laagtaalvaardige ouders
Diegene die een aanvraag indient namens ten minste twee partijen en die ten minste door die partijen wordt ondersteund, waaronder in ieder geval een gemeente, een basisbibliotheek en een school.

Penvoerder subsidiestroom activiteiten werkgevers
Diegene die namens het bedrijf de aanvraag indient.

Penvoerder subsidiestroom activiteiten samenwerkingsverbanden
De penvoerder is een partij met rechtspersoonlijkheid (niet zijnde een gemeente, een waterschap, een provincie of de Staat) die de subsidie aanvraag indient namens zijn partners. De overige partners gelden dan als deelnemer. Zij moeten bij een aanvraag de penvoerder machtigen om namens hen als penvoerder op te treden. De penvoerder is dus verantwoordelijk voor alles wat met de subsidie te maken heeft. Het is dan ook slim in het geval van samenwerkingsverbanden hier met de betrokken partijen afspraken over te maken. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan ieders financiële en inhoudelijke rechten en plichten, wat verwachten partners van elkaar en wat zijn de wederzijdse verplichtingen en hoe gaat het samenwerkingsverband ermee om als een of meer partners hun verplichtingen niet (kunnen) nakomen

Kun je binnen overige activiteiten ook taaltrajecten aanvragen?

Ja, dat is mogelijk. Voor deze trajecten geldt n geldt tevens dat de deelnemers laagtaalvaardige ouders zijn. Voor deze groep is echter geen niveaubepaling vereist. Bovendien hoeven de deelnemers aan deze taaltrajecten geen vragenlijsten in te vullen.

Wat is het verschil tussen taaltrajecten en overige activiteiten?

De taaltrajecten voor laagtaalvaardige ouders zorgen voor verhoging van de communicatievaardigheden in het Nederlands van ouders. Zo kunnen ouders beter communiceren met bijvoorbeeld school en jeugdzorginstellingen. Bovendien kunnen ouders kinderen een meer stimulerend thuismilieu aanbieden. Enkel ouders die aantoonbaar laagtaalvaardig (niveau 2F of lager) zijn, kunnen deelnemen aan een taaltraject. De laagtaalvaardige ouders die deelnemen aan deze taaltrajecten, dienen ook vragenlijsten in te vullen.
Ook voor deze overige activiteiten geldt dat deelnemers laagtaalvaardige ouders zijn. Echter, er is geen sprake van niveau bepaling door middel van bijvoorbeeld een taalmeter. Bovendien hoeven er geen vragenlijsten ingevuld te worden. Overige activiteiten kunnen ook gericht zijn op professionals die met laagtaalvaardige ouders werken, of onderzoek naar laagtaalvaardige ouders en de methoden die hiervoor toegepast kunnen worden.

Als een kandidaat deelnemer bijvoorbeeld op spreken en luisteren 3F scoort maar op lezen en schrijven op of onder 2F, mag ik voor deze persoon dan wel een subsidie aanvragen voor een cursus lezen en schrijven?

Ja dat mag. Een persoon valt onder de subsidievoorwaarden als hij of zij op 1 of meer taalvaardigheden 2F of lager scoort op een gevalideerd toetsinstrument.

Hoe zit het met eigenaarschap en exploitatie van producten zoals websites/apps/methodes die ontwikkeld worden met deze subsidie?

De subsidieontvanger is, op grond van de Kaderwet (artikel 5.8 en 5.9), verplicht om ervoor zorgen dat hij het auteursrecht heeft op de ontwikkelde methoden en materialen. De subsidieontvanger is verplicht om op verzoek van de subsidieverstrekker mee te werken aan overdracht van het intellectuele eigendom aan de subsidieverstrekker. De subsidieverstrekker streeft met deze subsidieregeling niet na dat producten of diensten worden ontwikkeld waarmee de subsidieontvanger een winstoogmerk heeft. Met de subsidieregeling wordt beoogd dat de ontwikkelde materialen en diensten zo breed mogelijk ten goede komen aan het bereiken van de doelgroep laagtaalvaardige ouders. Het melden van ontwikkelde apps e.d die geëxploiteerd gaan worden kan bij ocwsubsidies@minvws.nl ovv het projectnummer(dat je bij toekenning gekregen hebt).

Terug naar overzicht

Latest Tweets

    Twitter

    Partners