Welcome to Magazine Premium

You can change this text in the options panel in the admin

There are tons of ways to configure Magazine Premium... The possibilities are endless!

Member Login
Lost your password?

Regeling taalakkoorden Tel mee met Taal – Werkgeversdeel

Terug naar overzicht

Werkgeversdeel

De aanvraag voor de subsidie moet tussen 1 augustus en 15 oktober liggen. Betekent dat, dat we In de praktijk pas in september 2017 kunnen starten met taaltraining?

Nee, dat betekent het niet. Hoe eerder een werkgever de aanvraag indient, des te eerder een beslissing wordt genomen m.b.t. al dan niet toekenning. En des te eerder u kunt beginnen. Het is niet zo dat de beslissing pas na 15 oktober wordt genomen. Aanvragen worden doorlopend beoordeeld.

In ons bedrijf hebben we het beleid dat mensen gedurende het gehele jaar kunnen instromen in een taalcursus. Moeten we nu, in het kader van deze subsidie, mensen laten wachten voor hun taaltraject?

Nee, dat hoeft niet. Het staat u vrij om een continu proces van taal leren op te knippen in afzonderlijke trajecten: bijvoorbeeld een beginnerstraject, een half gevorderdentraject, een gevorderdentraject, etc. Een subsidie-aanvraag kan bestaan uit verschillende afzonderlijke trajecten voor medewerkers met verschillend taalniveau. Onder de voorwaarde dat het startniveau van de deelnemers op of onder het taalniveau 2F ligt.

We zijn verplicht om minimaal op tenminste één van de halfjaarlijkse Tel mee met Taal congressen de projectuitvoering of resultaten toe te lichten. Waarom is dat?

Doel van deze bepaling is dat organisaties van elkaar de inhoudelijke resultaten kunnen horen van de taaltraining en organisaties van elkaar kunnen leren.

Kunnen werkgevers werkzaam in een sociale werkvoorziening in aanmerking komen voor subsidie?

Werkgevers in de sociale werkvoorziening kunnen in aanmerking komen voor subsidie, als zij geen onderdeel zijn van de gemeente, maar de uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening is opgedragen aan een verzelfstandig eigen werkbedrijf van de gemeente (bijvoorbeeld een BV of een stichting), een joint venture met een private partner (bijvoorbeeld in een BV of een NV) of aan een particulier bedrijf.

Kan een private ondernemer, waarbij werknemers uit een sociaal werkbedrijf in het kader van de Participatiewet gedetacheerd zijn, in aanmerking komen voor subsidie voor taalscholing van die gedetacheerde medewerkers?

Ja, dat kan. Om voor subsidie in aanmerking te komen moet de werkgever (niet zijnde overheid) een “gewone” arbeidsovereenkomst (art 7:610 BW) of een uitzendovereenkomst (art 7:690 BW) hebben met degene die op grond van de Participatiewet werkzaamheden verricht. Ook kan degene die de werkzaamheden verricht zijn aangesteld als ambtenaar (art 1 Ambtenarenwet) door de werkgever of een arbeidsovereenkomst hebben om werkzaamheden te verrichten voor een SW-bedrijf (art 2 Wet sociale werkvoorziening).

Moet ik gelijk met de cursus beginnen als ik een subsidie heb gekregen?

Het opleidingstraject hoeft niet direct na toekenning van de subsidie te beginnen, maar wel in hetzelfde kalenderjaar en mag doorlopen in het volgende kalenderjaar.

Hoe weet ik of een bepaalde taalniveau-meter gevalideerd is?

De ontwikkelaar of eigenaar van dit instrument kan dit aangeven. Overigens kunt u altijd de Taalmeter (gratis) gebruiken. Zie hiervoor: www.basismeters.nl

We moeten meewerken aan een door de minister uit te voeren evaluatie. Hoe wordt deze vormgegeven?

De vorm van de evaluatie zal in een later stadium worden bepaald. Daarbij zullen we de administratieve lasten zoveel mogelijk beperken.

Ik wil in meerdere subsidieperioden een subsidieaanvraag doen. Kan dat?

Ja, dat kan. Maar niet in een keer. Voor elke aanvraagperiode dient u een aparte aanvraag in te dienen. Per aanvraagperiode kunt u als werkgever éénmalig een aanvraag indienen. In één aanvraag kan er wel voor meerder verschillende opleidingstrajecten subsidie worden aangevraagd.

De regeling heeft twee doelen: subsidiering van werkgevers voor taal op de werkvloer en subsidiëring van samenwerkingsverbanden voor de uitvoering van hun regionale of lokale taalakkoord gericht op de bestrijding en voorkoming van laaggeletterdheid. Kan ik als werkgever een aanvraag doen voor beide doelen?

Het onderdeel van de regeling dat betrekking heeft op werkgevers is gericht op taaltraining voor uw werknemers.
Als u onderdeel uitmaakt van een samenwerkingsverband met 7 andere daaraan deelnemende partijen, kunt u een aanvraag indienen voor uitvoering van het desbetreffende regionale of lokale taalakkoord. De eisen die aan een dergelijk akkoord worden eisen gesteld zijn nader uitgewerkt in bijlage 1 van de regeling (pagina 5).

U kunt als werkgever zowel een subsidieaanvraag indienen voor taal op de werkvloer (als individuele werkgever) als voor de bestrijding en voorkoming van laaggeletterdheid (als lid van een regionaal of lokaal samenwerkingsverband).

Kunnen werkgevers gevestigd op de BES-eilanden een beroep doen op de subsidieregeling?

Nee, dat kan niet. Op grond van het algemene territorialiteitsbeginsel geldt deze subsidieregeling uitsluitend voor onderdanen in (het Europese deel van) Nederland.

Stel een werknemer doet mee aan taaltraining. De werknemer neemt ontslag. Mag ik de werknemer dan vervangen door een ander?

Nee, opleidingstrajecten van deelnemers van wie het dienstverband voortijdig wordt beëindigd en als gevolg daarvan het opleidingstraject niet kunnen afronden, zijn niet subsidiabel. De subsidieontvanger moet onverwijld schriftelijk melden als een deelnemer het opleidingstraject niet afrondt. Het is niet mogelijk om een werknemer die tijdens het taaltraject uitvalt te vervangen door een andere deelnemer.

Mogen werknemers met een tijdelijk contract ook deel uit maken van de groep werknemers waarvoor een werkgever een training Nederlands op de werkvloer wil verzorgen en waarvoor deze subsidie aanvraagt?

Ja, dat mag onder de voorwaarde dat de deelnemer gedurende het gehele opleidingstraject een dienstbetrekking heeft met de aanvrager.

Mag iemand die bezig is met zijn inburgering deel uit maken van de groep werknemers waarvoor een werkgever een training Nederlands op de werkvloer wil verzorgen en waarvoor deze subsidie aanvraagt?

Ja dat mag. In de beschrijving van de training in het aanvraagformulier moet dan wel duidelijk gemaakt worden dat het hier niet gaat om een inburgeringstraject of een onderdeel daarvan. Die laatste twee zijn immers uitgesloten van subsidiering (artikel 3, 2e lid van de regeling).

Hoe gaat het ministerie om met de privacy van de deelnemers?

Werkgevers die subsidie ontvangen zorgen ervoor dat de deelnemers aan het opleidingstraject bij het begin van het traject en bij beëindiging van het traject de door de minister vastgestelde vragenlijst ‘effectmeting taalscholing voor werknemers’ invullen. Deze vragenlijst is geanonimiseerd. Er hoeven geen namen of BSN-nummers van de deelnemers te worden doorgegeven.

Verder moet de werkgever die subsidie ontvangt een overzichtelijke, controleerbare en doelmatige administratie voeren, die zo is ingericht dat daaruit te allen tijde het aantal aanwezige deelnemers en de door hen gevolgde contacturen kunnen worden nagegaan. Ook hierbij hoeven geen BSN nummers of namen te worden bijgehouden.

Ik heb het taaltraject in oktober afgesloten met een eindtoets. Ik heb dus recente gegevens over het niveau van de cursisten. Is het nodig om opnieuw een intake uit te voeren bij start van het traject? Ik neem aan dat ik de gegevens uit de eindtoets hiervoor mag gebruiken?

Als er in oktober 2016 een niveaumeting heeft plaatsgevonden en de deelnemers in kwestie tussen het moment waarop de niveaubepaling is gedaan en het moment waarop het opleidingstraject begint waarvoor u subsidie wilt aanvragen, géén ander opleidingstraject heeft gevolgd met dezelfde of soortgelijke doelen en inhoud, dan hoeft u voor deze deelnemers niet opnieuw een niveaumeting te doen.

Kan een taalcursus, gegeven door een sectorfonds en waarvoor de werkgever moet betalen, bekostigd mag worden vanuit de subsidie?

Ja, dat kan. Uiteraard zijn daarbij alleen die kosten subsidiabel die het sectorfonds de werkgever daadwerkelijk in rekening brengt. En verder moet natuurlijk voldaan worden aan de eisen die in de regeling staan met betrekking tot de cursus.

Kan er ook subsidie worden aangevraagd voor werknemers die via een BBL-traject bij een werkgever werken? Kan het taaltraject daarbij een maatwerk-traject zijn bovenop de BBL opleiding?

Het antwoord is ja. Op beide vragen.

Lerenden in een BBL-traject hebben een arbeidsovereenkomst met een werkgever. Het ‘normale’ arbeidsrecht is op hen van toepassing. Daarnaast volgen zij onderwijs bij bijvoorbeeld een ROC. Omdat zij een arbeidsovereenkomst hebben, kunnen zij in principe deelnemen aan een taaltraject waarvoor hun werkgever subsidie aanvraagt.
De werkgever bepaalt de inhoud van het taaltraject waarvoor hij subsidie vraagt. Vaak zal dat geschieden in overleg met een taalaanbieder. Het staat de werkgever vrij om, in het geval van een BBL-er, in overleg te treden met diens opleider over de inhoud van het taaltraject waarvoor hij subsidie aanvraagt.

Kunnen wij als scholingsfonds aanvrager zijn voor meerdere bedrijven uit onze branche?

Nee, dat kan niet. De doelgroep van de regeling is de individuele werkgever. U kunt dus niet als scholingsfonds subsidie ontvangen voor meerdere bedrijven.U kunt wel optreden als gemachtigde voor meerdere subsidie-aanvragende bedrijven. Zie hiervoor de volgende vraag.

Kan een intermediair (niet zijnde de werkgever die subsidie wil aanvragen) voor de subsidieaanvraag als gemachtigde optreden voor meerdere werkgevers?

Ja, dat kan. Als gemachtigde bent u niet de aanvrager die subsidie ontvangt, maar slechts degene die ten behoeve van de aanvragende werkgever administratieve handelingen verricht. Voor elke werkgever dient een aparte aanvraag te worden ingediend.

De taalaanbieder die wij het opleidingstraject willen laten uitvoeren vraagt een tarief dat hoger is dan € 150 uur per contactuur per opleidingstraject. a. Is het nu zo dat alleen voor een tarief van max. € 150 i.h.k.v. de subsidie vergoed wordt? b. Of betekent een hoger uurtarief uitsluiting?

In de regeling staat dat € 150 euro het maximum is. Als een hoger bedrag wordt opgevoerd betekent dat, dat er niet aan de subsidievoorwaarden wordt voldaan. Dus volledige uitsluiting van subsidie. Of in andere woorden gezegd, als een taalaanbieder bijvoorbeeld € 170 vraagt, is het niet zo dat subsidie kan worden verkregen voor € 150 per uur. Nee, € 170 betekent: geen subsidie.
Het maximum bedrag is uit doelmatigheidsoverwegingen in de regeling opgenomen. We willen als overheid niet aan trajecten met al te dure tarieven subsidie verstrekken.
Het bedrag van € 150 is overigens exclusief BTW. In het aanvraagformulier moeten de werkgevers dan ook de kosten van de training exclusief BTW vermelden. Met andere woorden, het maximumbedrag inclusief BTW is dan hoger.

Wanneer wordt de subsidie vastgesteld?

De subsidie wordt uiterlijk 22 weken na afloop van het project vastgesteld.
In de beschikking wordt toegelicht op welke wijze de ontvanger van de subsidie moet aantonen dat de activiteiten zijn verricht.

De subsidie wordt vastgesteld op een bedrag tot ten hoogste het in de verlening opgnomen beschikkingsbedrag.

Hoe ga ik om met wijzigingen in het project, bijvoorbeeld in de looptijd, aantal deelnemers of de kosten?

Een wijziging moet altijd gemeld worden bij DUS-I. Het kan bijvoorbeeld gaan om een inhoudelijke wijziging maar ook om een wijzing in de uitvoer (bijvoorbeeld een andere opleider). Ook kan het een wijziging in het samenwerkingsverband betreffen (bijvoorbeeld nieuwe partners of partners die ermee stoppen). Ook kunnen de deelnemersaantallen of de looptijd van het traject wijzigen.
Een wijziging kan nooit resulteren in een positieve bijstelling van het subsidiebedrag . Dat wil zeggen: u kunt niet meer subsidie krijgen dan bij toekenning is verleend.
U kunt een mail met de (gewenste) wijziging naar ocwsubsidies@minocw.nl sturen. Vermeld daarbij altijd uw projectnummer.

Looptijd van de activiteiten is tot juni 2019 voor de aanvraagperiode 1-1-2018 tot 30-6-2018 en tot 15 oktober 2019 voor de aanvraagperiode 1-8-2018 t/m 15-10-2018. Is er verlenging mogelijk?

Dit is niet vanzelfsprekend. Een verlengingsverzoek moet door de penvoerder worden ingediend bij DUS-I. Dit kan met een mail naar ocwsubsidies@minvws.nl, waarin wordt uitgelegd waarom de verlenging noodzakelijk is en wat de gevolgen zijn, dan wel de meerwaarde ervan is. De minister beslist hierover. Daarbij is de maximale duur van een traject 12 maanden.

Wat is een gevalideerd toetsinstrument?

Het belangrijkste doel van het toetsinstrument is verifiëren of de werknemer of laagtaalvaardige ouders waarvoor een taaltraject bedoelt is, inderdaad laagtaalvaardig is. Dat wil zeggen dat de taalvaardigheid beheerst wordt op het referentieniveau 2F of lager. De ontwikkelaar of eigenaar van een toetsinstrument kan aan de afnemer aantonen of het instrument gevalideerd is.

Als iemand de Taalmeter 2F heeft behaald is er een indicatie dat die persoon niveau 2F beheerst voor wat betreft lezen en schrijven. Aangezien de Taalmeter tot 2F toetst zou het echter ook kunnen dat deze persoon 3F beheerst en dus niet onder de regeling valt. Moet ik iemand die de Taalmeter 2F heeft behaald verder laten toetsen?

Niet in alle gevallen is de uitslag van de Taalmeter bruikbaar voor de bepaling of een werknemer kan deelnemen een taaltraject in het kader van deze subsidieregeling. De regeling stelt dat het maximale taalniveau van de deelnemer 2F mag zijn. Van de deelnemers die op de Taalmeter 2F onvoldoende scoren is duidelijk dat deze kunnen deelnemen. Van de deelnemers die voldoende scoren op de Taalmeter 2F is echter niet duidelijk of hun niveau 2F is of misschien hoger. Het is dan de verantwoordelijkheid van de aanvrager om een aanvullende niveaubepaling af te nemen waaruit blijkt dat iemand daadwerkelijk op taalniveau 2F zit en niet bijvoorbeeld op 3F.

Wat is ‘actueel’ in vaststelling taalniveau start traject?

Een niveaumeting is actueel als deze gemeten is drie maanden of korter voorafgaand aan de datum van de eerste indiening van de subsidieaanvraag of tussen de datum van de eerste indiening van de subsidieaanvraag en de datum van de start van het opleidingstraject.

Mag een penvoerder namens het samenwerkingsverband personeelskosten opvoeren?

Ja, dat mag. Het percentage personeelskosten dat een samenwerkingsverband op mag voeren is echter begrensd. Bij een subsidie voor activiteiten van samenwerkingsverbanden zijn de directe kosten voor de uitvoering van het project subsidiabel, waarbij de personeelskosten van de aanvrager ten hoogste 40% van de totale subsidiabele kosten bedragen. Het gaat bij personeelskosten altijd om de bruto loonkosten voor het personeel van de aanvrager dat werkzaamheden verricht ten behoeve van subsidiabele activiteiten;

Wat is de definitie van de termen aanvrager, penvoerder, rechtspersoon, samenwerkingsverband?

Aanvrager: diegene die de subsidieaanvraag indient. Dit kan bijvoorbeeld een bedrijf zijn. Bij een samenwerkingsverband is de aanvrager tevens penvoerder.

Penvoerder subsidiestroom activiteiten in verband met laagtaalvaardige ouders
Diegene die een aanvraag indient namens ten minste twee partijen en die ten minste door die partijen wordt ondersteund, waaronder in ieder geval een gemeente, een basisbibliotheek en een school.

Penvoerder subsidiestroom activiteiten werkgevers
Diegene die namens het bedrijf de aanvraag indient.

Penvoerder subsidiestroom activiteiten samenwerkingsverbanden
De penvoerder is een partij met rechtspersoonlijkheid (niet zijnde een gemeente, een waterschap, een provincie of de Staat) die de subsidie aanvraag indient namens zijn partners. De overige partners gelden dan als deelnemer. Zij moeten bij een aanvraag de penvoerder machtigen om namens hen als penvoerder op te treden. De penvoerder is dus verantwoordelijk voor alles wat met de subsidie te maken heeft. Het is dan ook slim in het geval van samenwerkingsverbanden hier met de betrokken partijen afspraken over te maken. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan ieders financiële en inhoudelijke rechten en plichten, wat verwachten partners van elkaar en wat zijn de wederzijdse verplichtingen en hoe gaat het samenwerkingsverband ermee om als een of meer partners hun verplichtingen niet (kunnen) nakomen

Als een kandidaat deelnemer bijvoorbeeld op spreken en luisteren 3F scoort maar op lezen en schrijven op of onder 2F, mag ik voor deze persoon dan wel een subsidie aanvragen voor een cursus lezen en schrijven?

Ja dat mag. Een persoon valt onder de subsidievoorwaarden als hij of zij op 1 of meer taalvaardigheden 2F of lager scoort op een gevalideerd toetsinstrument.

Terug naar overzicht

Latest Tweets

    Twitter

    Partners